Top 
Labrador Retriever of Cape Makkovik

Standard nederlands

Labrador Retriever - Nederlands

Standard – FCI 122 / 29.01.1999

Datum van de publikatie van de officiele standaard : 24-06-2006

Oorsprong : Engeland
Gebruik : Apporteerhond
Klassificatie FCI : Groep 8 Apporteerhond en waterhond
Sectie 1 Apporteerhond
Met werkproef

Algemeen beeld 

Sterk gebouwd, kort in lendenen, bijzonder aktief, breed in schedel, breed en diep in borst en ribben, breed en sterk in lendenen en achterhand.

Typische raskenmerken : Goed temperament, erg behendig. Buitengewoon goede neus, zacht in de mond, uitgesproken liefhebber van water. Een toegewijde, zich makkelijk aanpassende metgezel.

Temperament : Intelligent, levendig en gezeglijk, met een sterke will zijn meester te behagen. Vriendelijk karakter zonder spoor van agressie of ongepaste schuwheid.

Hoofd :

Schedel 

Schedel breed met een duidelijke Stopp, scherp besneden zonder vlezige wangen. Kakaen middelmatig lang, krachtig en niet spits toelopend. Neus breed, neusgaten goed ontwikkeld.

Ogen :
Middelmatig groot, met intelligente en vriendelijke uitdrukking, bruin of hazelnootkleurig.

Oren :
niet groot of zwaar, dicht tegen het hoofd aanliggend en vrij ver naar achteren geplaatst.

Mond :
Kaken en gebit sterk met een volmaakt, regelmatig en compleet scharend gebit, dat will zeggen dat de bovenste tanden net over de onderste tanden heenvallen en recht in de kaak staan.

Hals :
Droog, sterk, krachtig, geplaatst op goedliggende schouders.

Lichaam :
Borstkas van goede breedte en diepte, met goed gewelfde, tonvormige ribben. Horizontale bovenbelijning. Lendenen breed, kort en sterk.

Staart :
Kenmerkend voor het ras, erg dik bij de aanzet en geleidelijk toelopend naar de punt, van middelmatige lengte, vrij van bevedering, maar rondom dik bekleed met een korte, dikke, dichte vacht, waardoor de ronde vorm ontstaat die beschreven wordt als „Otterstaart“. Mag vrolijk gedragen worden, maar mag niet over de rug krullen.

Voorhand :
Schouders lang en schuinliggend. Voorbenen voorzien van stevige botten en recht van de elleboog tot de grond, zowel van voren als opzij bezien.

Achterhand :
Goed ontwikkeld, niet naar de staart aflopend, goed gehoekte knie. Laag geplaatste hakken, koehakkigheid hoogst ongewenst.

Voeten :
Rond, compact, goed gebogen tenen en goed ontwikkelde voetzolen.

Gang / beweging 

Vrij, voldoende bodem beslaand, recht en zuiver zowel voor als achter.

Vacht 

Kenmerkend voor het ras, kort, dicht, zonder golven of bevedering, vrij hard aanvoelend, weerbestendige ondervacht.

Kleur :  
Geheel zwart, geel of lever/chocoladekleurig. De gele kleur kann variëren van licht roomkleurig tot vossenrood. Kleine witte vlek op de borst is toegestaan.

Hoogte 

Ideale schofthoogte reuen 56-57 cm, teven 54-56 cm.

Fouten 

Iedere afwijking van de hierboven vermelde punten moet als fout worden aangemerkt, de mate waarin moet in verhouding tot de ernst van de fout staan.

N.B. :

Reuen moeten twee normaal uitziende testikels hebben, die volledig in het scrotum zijn ingedaald.